iPscriPt

Tekst & Web

Health Valley Nijmegen

Health Valley brengt initiatieven op het gebied van zorg en technologie in Oost-Nederland bij elkaar. Grote namen als Gerard Kleisterlee (Philips), Clemens van Blitterswijk (MIRA) en Emile Lohman (UMC St Radboud) werken eraan mee. En ook aanmerkelijk kleinere namen als Ipscript. De organisatie van het event vroeg me een aantal interviews ‘op camera’ te verzorgen. Of ik tijd had? Die máák ik! Of ik zin had? Nou en of!

Health Valley Event is een congres met daaraan gekoppeld een uitgebreide informatiemarkt. Op het congres en de informatiemarkt presenteren bedrijven en kennisinstellingen hun nieuwste producten en innovaties op het gebied van Health. De informatiemarkt is tevens de centrale ontmoetingsplaats van het evenement.

Het doel van de Health Valley Events is om alle prachtige initiatieven in Oost-Nederland zichtbaar te maken. Maar naast het tonen van de successen bieden de Health Valley Events ook een podium voor kansrijke nieuwe ideeën. Middels pitches en matchmaking sessies wordt er gekeken naar mogelijkheden en samenwerking in nieuwe initiatieven.

Bent u werkzaam in de Health sector? Of houdt u zich bezig met business, innovatie en wetenschap in Health? Dan is het Health Valley Event 2010 een evenement dat u niet mag missen: 17 maart in De Vereeniging in Nijmegen.

Italiaans bakbeest zaait hijgerige paniek

Opgegroeid in weelde, maar opgevoed met mate. Dat gaat mis. Uiteindelijk. Vandaag: door een fancy koffie-automaat. Kijk, ik ben ‘best wel’ van deze tijd. Ik weet al jaren van de hoed en de verspillende rand. Voor alles bestaat een machien, en voor elk kledingsetje een bijpassende schoen. Waarom op één been staan, als je er ook twee kunt gebruiken? Vooral omdat schoenen per setje verkocht worden. Waarom kiezen als de optie ‘doe mij maar alles’ ook bestaat? Ik ken die wereld en kijk er niet van op. Maar dan, vanmiddag, net na lunchtijd. Ik loop het bedrijf van een klant in. Meld me netjes bij zijn secretaresse, die me vraagt even te wachten. Of ik een kopje koffie wil? Dat wil ik niet, maar ik zeg ‘ja’. Ik voeg er meteen aan toe dat ik mezelf zal bedienen, om haar tijd te besparen.

Vol vertrouwen draai ik mijn lichaam richting keukenblok, in de volste verwachting (als ik al enige bewuste hersenactiviteit ontplooide) daar de mij bekende koffie-automaat aan te treffen. Best een geavanceerd ding, maar inmiddels zonder geheimen voor ondergetekende. Duidelijke icoontjes, dus een kind kan de was doen. Vooral het type kind dat geen koffie lust en dus alleen het plaatje met heet water hoeft aan te prikken. Staat daar verdorie ineens een enorm (ENORM!) bakbeest, Italiaans design, veel bling, bling, beetje retro. Sjiek de friemel! De adem stokt in mijn keel. Echt hoor: in dat soort situaties ben ik zó bang, zó bang dat ik niet in staat zal zijn om de werking te doorgronden. Want welke knop moet je hebben? En waar moet het kopje verwachtingsvol met z’n opening paraat staan?

Terwijl ik mezelf razendsnel moed in praat - want waarom zou ik nu de enige mens in het pand zijn die dáár geen heet water uit kan halen - plaatst een heerschap achteloos zijn kopje onder een zilverglimmende toeter. Achteloos, want ondertussen zijn zijn ogen gericht op de collega met wie hij praat. Hij trekt aan een hendel (ik ben niet alert genoeg en mis dus de exacte modus operandi), tikt bijna blindelings op een icoontje en zie daar:  koffie! Daarna ben ik aan de beurt. De heren laten me aan mijn lot over, volkomen onwetend van de hijgerige paniekstatus van mijn brein en lichaam. Wat had die actie met die hendel te betekenen? Hoe voorkom ik dat ik straks die volledige toeter amputeer van de rest van het apparaat? En áls dat al gebeurt: waar verberg ik de brokstukken dan? En waar mezelf? En braakt die toeter ook heet water uit of doet de slurf een eindje naar links dat?

Tis natuurlijk allemaal te bespottelijk om los te lopen: dat apparaat, maar ook mijn overspannen reactie op iets wat ik weliswaar ken als fenomeen (groot, duur, blingbling), maar niet als gebruiksartikel (mijn ouders doen het gewoon met een keteltje water :-S) . Voordat ik met dat hete water aan de slag ga, laat ik wat koele Zen tot me komen en een split second later: voila!

Was het Confucius?

Buiten ligt wéér sneeuw en in mijn hoofd hangt mist. Die twee hebben overigens niets met elkaar te maken, maar ik zocht naar een bruggetje richting Confucius. En dat vond ik niet. Dat moge  duidelijk zijn. De lezer is inmiddels zelf confuus over strekking en richting van dit schrijfsel. Misschien zelfs al afgehaakt, want we zijn allemaal druk en gewend aan kort en snel. Niemand zit dus te wachten op een stuurloze inleiding die geen enkel tipje van de sluier oplicht. Maar daar gaat het nu juist om: dat ik de mistflard in m’n hoofd niet opgelicht krijg, terwijl ik voel dat zich daar een Eureka-moment schuilhoudt.

Wat een paar weken geleden begon met niet meer dan een onrustig gevoel in hoofd en hart, kreeg recentelijk ietskes meer vorm. Iemand (was jij het Corine?) twitterde een uitspraak van een overledene rond, volgens mij was het Confucius. Bij leven was deze man natuurlijk al een beroemdheid, anders had hij 2500 jaar later nooit zijn opwachting op de digitale snelweg kunnen maken. Hij stelde dat je uiteindelijk jezelf verliest als je je dromen niet durft te leven. Zoiets. Ook het citaat doolt rond in de wat benevelde omgeving van mijn brein. Het zal dus niet geheel accuraat zijn, maar de algemene strekking klopt. Nu is de prangende vraag wanneer onder mijn schedeldak een kwartje gaat vallen. Want dát er een droom zit, is duidelijk. Dát ik gas wil geven, is zonneklaar. Maar het ei van Columbus ontglipt me steeds: waar ligt dat nou precies? De bijbel raadt ons aan te zoeken, zodat we vinden. Dat blijf ik dus verwoed doen, maar ik ben onderhand ook wel erg toe aan uitbroeden en Eureka!

Sweerts de Landas

Sweerts de Landas…. Van ‘voren’ heet hij vast Roderick. Of Charles. En hij is van adel: Roderick baron Sweerts van Landas. Een naam die klinkt als een klok en je meevoert naar prachtige landhuizen, politieke arena’s of chemische experimenten. Hij moet in ieder geval iets van belang hebben gedaan, want ik liep vanavond door zijn straat. Prachtige oude huizen steken hun lange nekken boven me uit. Een harde, snijdende wind en ijskoude regen gieren over het plaveisel terwijl het daglicht wegvlucht. Tis bijna een film. Ieder moment kon Sweerst van Landas himself met wapperende jaspanden uit een steegje opduiken en me de stuipen nog verder op het lijf jagen.

Er gebeurde natuurlijk helemaal niets. Na 300 meter vond ik het goede huisnummer, klom een hoge, stijle trap op en stortte me in een oergezellige borrel van het Digitaal Communicatielab in Arnhem. Met dank aan Hanneke en Marco!

Net toch even gegoogled op Sweerts de Landas. Hij is dood. Heel dood. Zoals meestal wanneer je naam aan een straat gegeven wordt. Maar hij was nóg chiquer dan het straatnaambordje deed vermoeden: officieel is het Sweerts de Landas Wyborgh. En hij heette geen Roderick, maar Emile Claude…. Baron én burgemeester van Arnhem.

Een long van vlees

Is een long van vlees? Ja toch? Orgaanvlees. Hou ik niet van, maar doorgaans vreet je jezelf niet op. Dus dit specifieke orgaanvleesje, mijn vleesje, draag ik een warm hart toe.

Ik sukkelde met zwakke longen. En nu ook met zwak vlees. Ruim twee weken geleden ben ik gestopt met roken, na een carriere van 26 jaar. Niet omdat ik ergens last van had, maar na zo’n loopbaan hoef je niet helderziend te zijn om te weten dat je longen er niet florissant bij hangen. Die hielden elkaar waarschijnlijk zuchtend en kreunend overeind. Wilden niet zeuren, dus hoestten niet. En zouden gewoon op een gegeven moment imploderen en mijn tere zieltje daarmee naar de jachtvelden verplaatsen. Daar vond ik het echter te vroeg voor en ik bad om inspiratie. Na een jaar of zeven met de knietjes op het parket kwam het tot mij: bezieling en discipline. Ik prees de heer, drukte mijn laatste sigaret uit en het feit was een feit. 

Ik legde de afgelopen twee weken een vlekkeloos parcours af: geen enkel afkickverschijnsel en nauwelijks behoefte om toch snel even een trekje te nemen. Tot vandaag. Ik wil met een pakje Tivoli en een borrel (tis bijna 12 uur, dus dat moet kunnen) in de tuin gaan zitten mijmeren. Jas lekker aan, honden en waterig zonnetje erbij, beetje tegen de crocussen aanpraten. En al die sigaretten wegpaffen. Om daarna weer ‘hare heiligheid’ te worden. Want roken: neh! Maar het vlees is ineens zo zwak….

Waylon

Op vrijdagavond stelt mijn brein weinig eisen. Het verkiest een diagonale of horizontale positie van het lichaam en een low-profile programma op de kijkdoos. Aldus geschiedt vrijdag na vrijdag. Ik ken dus het hele talentenjachtgebeuren op m’n duimpje. In den beginne gebruikte ik mijn onontwikkelde kinderen nog als excuus, maar daar kom ik niet meer mee weg. De kinderen zijn ouder en vooral wijzer geworden: vaak bezichtig ik moederziel alleen (en dus zonder geloofwaardige smoes)  de sliert wannabees die op zo’n avond voorbijtrekt. Ik voorzie ze van commentaar: altijd opbouwend, altijd scherp. Maar laat ik naar mijn ‘pointe’ toewerken: Waylon.

Waylon schitterde in de minst aantrekkelijke show, Holland’s got talent. Hij deed daar James Brown. En stal mijn hart. De jongen heeft een ge-wel-di-ge stem, maar ook ge-wel-di-ge ogen, ge-wel-di-ge wenkbrauwen, ge-wel-dig haar en is oorverdovend sexy. En ja, hij is ook ietwat ondermaats, maar daar heb ik helemaal geen last van. Mijn man was niet bijzonder te spreken over Waylon. Terwijl hij toen nog onwetend was over de aantrekkingskracht die dit heerschap op zijn echtgenote uitoefende. Maar ‘het vrouwtje’ had eens een keer gelijk: Waylon tekende bij Motown en bracht een cd uit. En de zwijmelaar kreeg haar held cadeau van haar lief, nou ja: z’n stem. Iedere ochtend ren ik met Waylon door het park achter ons huis: vier kilometer lang samen genieten. Behalve als m’n oortje uitvalt, dan doe ik het even alleen. Eén verzoek voor de volgende cd: een ander tempo, zodat ik beter in kadans blijf.

Ver te zoeken…

FragonardDeLezeres17701772.jpg image by paverpolIk afficheer mezelf graag als de kalmte zelve, als een positieve en immer goedgemutste oase van rust. Hoe charmant ik de opvliegende passie van anderen (soms) ook vind, ik prefereer een wat rustiger vaarwater.

Ik kies niet voor niets voor het woord ‘afficheren’. Dat is niet om te laten zien, hoe groot mijn woordenschat is. Dat is omdat ik in mijn hoofd een plaatje heb gemaakt van mezelf. En ik ben daarin dus heilig gaan geloven. Net zoals ik mezelf zie als het toonbeeld van moderne emancipatie: ik heb ‘de man’ slechts nodig als mens, als verrijking, maar niet als onmisbare steun en toeverlaat op het levenspad. Mannen zijn leuk, maar niet nodig.

Vanmorgen om 8.44 uur gooide Outlook echter de kont tegen de krib. Ik mocht alles nog lezen, het systeem was zelfs bereid berichten binnen te halen, maar zodra ik mails door wilde sturen of wilde beantwoorden: bam! Deur dicht! Manmoedig probeerde ik zeker tien minuten om deze ellende zelf  ’even’ op te lossen. Rond 8.54 voelde ik de stress aan alle kanten door het lijf gieren. Uiterlijk onbewogen daalde ik de trap af: daar beneden wist ik een man. Een technische man. Een bereidwillige man. En vooral ook: een kalme man. Nog vóór negenen was ik back on track en geloofde ik al bijna weer in m’n eigen affiche: dat met die kalme, vrolijke vrouw van de wereld.

Zondags filmfeest

Bekijk de afbeelding op ware grootteOp zondag liggen wij ‘en masse’ voor de tv. Na een hoopvolle start - een uur hardlopen en poetsactiviteiten in onze vervuilde habitat - vallen wij met het hele gezin synchroon in de kussens. Waaruit wij ons nog slechts verheffen om wat mondvoorraad op te halen, dan wel wat blaasinhoud weg te brengen.

De ene film na de andere werken we weg. Dat valt niet altijd mee, zo merkten we gisteren weer. Internet Movie DataBase en de Moviemeter vonden Spartacus een positieve vermelding waard. Maar dit is de Spartacus met Kirk Douglas, de vader van… Uit 1960…. Ik kan daar meestal niet best mee uit de voeten. Het zal ongetwijfeld een prachtfilm zijn, maar wat gaat dat toch allemaal traagzaam voor het moderne oog. En die wulpse, dappere blikken van de mentaal geknevelde vrouwen… En Kirk, wiens karakter op vergevorderde leeftijd nog getergd wordt door de celibataire status. Nooit een vrouw van dichtbij gezien, maar wat houdt die man zich waardig!! We hebben het niet volbracht: LANG(zaam) gekeken, maar niet UITgekeken. Sorry Kirk, Jeanne, Laurence en Tony!

Van Libelle tot Schoonheid

Ik kom uit een ‘literair nest’.  Iets semi-intellectuelerigs. Mijn vader heeft een enorme hang naar kennis. Boekenkasten vol met geschiedkundige werken: iedere muur van mijn ouderlijk huis is ermee ‘behangen’. Noem een oorlog, hij kent ‘m. Poneer een religieuze stelling, hij heeft een argumentatie. Stel een sociaaldemografische vraag, hij heeft een antwoord. Wat zou hij het erg vinden als hij wist wat zijn kind op zaterdagmiddag doet. Dat kind zet dan namelijk een enorme pot thee, besmeert twee harde broodjes met paturain (voorkom dat je gezien wordt als een aansteller en spreek dus uit als ‘Paturijn’) en belegt ze met gerookte, biologische kip. En dan eet ze gedurende een uur of twee hele kleine muizenhapjes, zodat ze precies twee achterstallige Libelles kan weglezen. Het is dat vader nog niet dood is, anders zou hij zich omdraaien in zijn graf.

Ik ben natuurlijk in de veertig jaar op deze aardkloot behoorlijk geïndoctrineerd door deze en gene. Ik kan dus nog steeds niet ‘gewoon’ de Libelle lezen. Schuldgevoel over mijn plezier in het vrouwengeneuzel ligt contstant op de loer. Misschien dat ik er daarom dwangmatig bij moet eten. Anyway, ik lees inmiddels weer ‘op niveau’: Over schoonheid, van Zadie Smith.

Gehackt!

Dagelijkse ‘modus operandi’ na het aflopen van de wekker: computer aanzetten, inloggen en richting badkamer. Tegen de tijd dat de monitor beeld produceert, heb ik allang mijn rug gekeerd. Uiteindelijk kom ik natuurlijk terug, maar dat duurt doorgaans ruim anderhalf uur. Die ik goed besteed. Vanzelfsprekend. Half uur joggen met de honden, half uur krant lezen en ‘boterhammetje doen’, dan dient het ochtendhoofd nog beschilderd te worden en de kinderen uitgezwaaid. Pas rond 8.45 uur keer ik terug naar voornoemde computer.

Waarom ik vanmorgen afweek van m’n vaste prik mag Joost weten, maar ik deed het. Nog vóór zevenen zag ik berichten binnenstromen van mede-Twitteraars die een eigenaardige tekst van me hadden ontvangen. Alarmfase 1 was ingegaan; waarschuwingen kwamen van alle kanten. Sommigen bedekten de lading met verzachtende termen en spraken over ’sexueel getinte boodschap’, anderen raadden me aan m’n wachtwoord te wijzigen en plakten daaronder heel diplomatiek de gewraakte sextekst, zonder verdere toelichting. Dat was ook niet nodig: ik snapte ‘m wel. En sloot mij bij mijn collega-Twitteraars aan: ik had geen inhoudelijke voeling met de boodschap van mijn ghostwriter. Onmiddellijke actie was zeer gewenst. Wachtwoord is aangepast en mijn eer waarschijnlijk niet te veel bezoedeld.

« Ouder   
Je bent hier Blog en columns