iPscriPt

Tekst & Web

iPscriPt Blog en Columns

Tiets: zo anders, zo eigen

Dik donkerbruin haar, amandelvormige donkere ogen, prachtige lippen, een kaarsrechte neus met een wipje aan het eind. Haar benen onder haar stoel, met de enkels over elkaar gevouwen. Haar pen in haar linkerhand, de pols ietwat krampachtig gebogen om geen vlekken in haar schrift te maken. Ze was mooi, maar leuk vond ik haar niet, die eerste jaren van de lagere school.

In de vierde klas – bij meester Elgershuizen – kwam de ommekeer. Waarom en waardoor? Ik weet het niet meer. We begonnen bij elkaar over de vloer te komen. Ik  in het kleine, blinkend schone huisje van jouw moeder. Aan de afwas - die je altijd probeerde te ontvluchten onder het kopje ‘dringend toiletbezoek’ - in jullie met granieten aanrechtblad uitgeruste keukentje. Op de slaapkamer die je met je oudere zus deelde. Draaiden we daar stiekem Stephanie Mills op de platenspeler, dan moest na de sessie een haar teruggelegd worden op de kap van het apparaat. Zuslief legde die daar neer om illegaal gebruik van haar spullen te voorkomen. Een valstrik. 

En dan weer bij mij thuis, een totaal andere wereld. Een groot huis, altijd rommelig. Je leerde me poetsen: ook achter de verwarming zit stof. Je verbaasde je over de was die op alle radiatoren lag te drogen. Genoot waarschijnlijk van alles wat bij ons mocht: krijttekeningen maken op de keukenvloer, hutten bouwen in de tuin, met groene knieën terugkomen uit het bos.

En later: gefozzel met jongens. Weer later: trouwen en kinderen. Nog later: met z’n tweeën naar Aruba, een reis voor vermoeide huisvrouwen. Weet je nog: we waren 30 toen, hadden samen 7 kinderen, maar werden aangezien voor jonge stagiaires. Nog even, de tijd gaat snel, en dan wil ik graag in hetzelfde bejaardentehuis als jij. Mijn liefste vriendin: zo anders, zo eigen!

 

iPhone 3GS meets iPhone 4

Op de late avond van 23 juni 1991 ontmoette ik mijn lief in een even lief bruin kroegje in Winterswijk. Ik kende hem al van ‘zien’ en dat was geen onprettig gebeuren. Maar de reputatie die ik hem toedichtte stond tussen ons in. Divine intervention zorgde ervoor dat ik mijn plan om af te rekenen liet varen om naast hem te gaan zitten. En zo zitten we 19 jaar later nog steeds: gezellig, knus, sámen. Want die reputatie, daar klopte niet veel van. De jongen heeft z’n ogen weliswaar niet in z’n zak zitten, maar zijn handen zijn thuis. Tot zover de goede berichten.

De bedreiging blijkt niet te komen van vrouwen, niet van alles wat God verboden heeft, niet van indutting of uitgekeken raken op elkaar. De bedreiging komt van een apparaat: de iPhone. Twee stuks eigenlijk. We pingen, mailen en twitteren heel wat af met elkaar, maar live conversation is duidelijk ‘uit’. En de apparaten altijd ‘aan’.

Misschien had het boegbeeld der natie tóch gelijk toen ze haar zorg uitsprak over de digitalisering van de sociale contacten?

Wormen en maden

Kwam ik tegen op musicmeter in een thread over Coldplay:

Wij zullen ons achter de oren krappen

Ik heb 40 jaar weten te overleven zonder een ingezonden brief naar de redactie van een krant te sturen. Overigens zonder enige moeite: mijn neiging tot ageren is niet volledig tot wasdom gekomen. Inmiddels ben ik (net) 41, een mijlpaal zo blijkt. Een paar dagen geleden stuurde ik een reactie in.

Puur en alleen omdat ik nog een mensenvel op zolder had hangen. Dat is een uitspraak van mijn opa. Hij stak zijn kop niet in het zand voor verbeterpuntjes in zijn karakterstructuur. Opa Piet had de neiging mensen niet snel te vergeven: deze ‘boosdoeners’ hing hij – in overdrachtelijke zin – als vel op zolder en daar kwamen ze nooit meer vandaan. Sommige zaken kon Piet nu eenmaal niet met de mantel der liefde bedekken. Zelf ben ik juist een voorstander van die mantel: het maakt het leven prettiger als je niet constant in polemieken verzeild raakt, als je anderen het voordeel van de twijfel wilt en kunt geven.  

Maar blijkbaar heb ik ook zo mijn ‘dingetjes’. En dus legde ik een ingezonden ei, dat prompt geplaatst werd. Na een kernachtig betoog (bla, bla) doe ik een oproep aan mijn mensenvel: ‘krap u eens achter de eigen oren!’

Krap? Krap?! Komt dat van het werkwoord ‘krappen’? Ik heb er nooit van gehoord…, maar mevrouw de tekstschrijver heeft het toch echt opgeschreven. Dat bewijst maar weer: tel tot 10 voor je iets zegt of schrijft. Voor je het weet, eindigt een emotionele (tekstuele) opwelling in een kardinale fout. Gelukkig kan ik m’n fouten toegeven; net als opa Piet!

Mevrouw de tekstschrijver gaat zich de rest van de zaterdag omstandig achter de oren zitten krappen. Voor alle anderen: prettig weekend!

Plop!

Plop! Peperdure folder van Velux in de bus. Het bedrijf wil ons overhalen om dakramen te vervangen. Voor het gemak zet de folder de voordelen op een rij. Gemak? Ik snap er niets van!

Voordeel 1 is dat vervanging binnen enkele uren geregeld is. Ja? Niet vervangen (van een uitstekend dakraam) is nog sneller geregeld: daar hoef ik namelijk niets voor te doen. Exit argument 1.

Voordeel 2 is dat alle Velux producten voldoen aan de hedendaagse richtlijnen. Fijn. Maar ons raam functioneert uitstekend. Volgens mijn richtlijnen: het kan dicht, het kan open, het lekt of kiert niet. Wat moet je verder van een raam verwachten? Exit argument 2.

Voordeel 3 is dat ik opnieuw 10 jaar garantie krijg op het glaselement en het dakraam. Ik heb nog nooit iets gekocht omdat ik er garantie op kreeg. Dan kun je wel bezig blijven. ‘Ja, ik heb die mixer maar gekocht. We hebben er natuurlijk al een, maar op deze nieuwe kreeg ik 5 jaar garantie!’ Huh?

Voordeel 4 dan maar. Inmiddels ben ik al aardig van mijn stuk gebracht door de vervangingsargumenten. Het raam wordt vakkundig gemonteerd door een Velux specialist. Okeeejjj: dat mag dan een voordeel zijn, maar niet voor vervanging van een prima functionerend raam. Wel fijn voor mensen met onvervulde raamwens. Dat dan weer wel….

Voordeel 5 bezie ik met argusogen. Mijn hoop op consistente argumentatie is bijna vervlogen. Komt ie: mijn kamer wordt schoon achtergelaten. Heel even droom ik van de Velux specialist die een werkster meeneemt om achterstallig poetsgebeuren aan te pakken. Dat zou welkom zijn, maar voelt ook enigszins beledigend: zo goor is het hier niet. Het bedrijf wil natuurlijk alleen maar ‘aangeven’ (vies woord) dat het z’n eigen rommel opruimt. Nou: dat mag ik hopen voor zo’n prijs!

Voordeel 6 dan maar. Voor alle Velux producten is altijd perfect passende Velux raamdecoratie verkrijgbaar. Chapeau: goed uitgedacht. Verkoop je niet alleen een raam, maar heb je ook op decoratief gebied nog een markt. Maar een argument voor vervanging is het niet. Mijn oude raam is ook passend gedecoreerd. Met een uitstekend rolgordijn van onbekende makelij.

Voordeel 7. Hou vol, Velux nadert z’n eind. Ik kan kiezen voor handbediening en voor een elektrisch bedienbare variant. Hiermee speelt de firma handig in op potentiële klanten met reuma of al dan niet aangeboren hersenletsel. Ook mensen met spasme zullen erbij gebaat zijn. Die groep is echter dermate klein, dat een eervolle vermelding op de voordelenlijst mij een brug te ver is.

Numero 8 dan. Ter afsluiting. Zou het doorslaggevende argument dan nú om de hoek komen? Dakramen zijn verkrijgbaar met politiekeurmerk Veilig Wonen. Daar heeft Velux dan eindelijk een puntje. Maar te klein voor mij; ik heb een microscoop nodig om het te zien. Want ik heb twee honden: dat woont veilig!

De rest van de folder, een vier pagina’s tellen de krant, laat ik voor wat het is. Plop! De papierdoos in.

Je moet niet denken!

Ik had zo gedacht….

Ja, ik had zo gedacht om één dezer dagen wat verfkwasten ter hand te nemen. Ons eindeloze trapgat – ik heb die lap muur nooit als grenzeloos gezien, maar nu er een lik verf over moet, zie ik wat ik al acht jaar heb ontkend – is zo troosteloos saai dat de tranen er bijna van in de ogen springen. Meters baksteen, vooral in de hoogte, schreeuwen om modernisering. En aangezien ik hier de enige met ogen en oren ben, zie ik mezelf – de rest van het gezin is het daar helaas mee eens – als dé aangewezen persoon om recht te doen aan een muur die al vóór onze komst betrouwbaar de twee trappen omhelst en hangende houdt.

Met de vakantie in aantocht, had ik (alweer) gedacht dat de tijd voor deze klus me vanzelf in de schoot zou vallen. De afgelopen dagen propte ik vol met allerhande afrondingen om vervolgens een dag of twee, drie geheel ter beschikking van de muur te kunnen staan.

Helaas moet ik nu uit de grond van m’n hart (dat dan weer wel) mijn excuses aan bieden aan het te schilderen oppervlak: één van mijn opdrachtgevers hing smekend aan de telefoon ‘of ik nog een artikel van 1000 woorden kan produceren’. En ik kan niet tegen smekende mensen. En ik kan geen nee zeggen. Behalve dan tegen die muur.

Als muren konden spreken, zeiden ze een heleboel. De mijne zou zeggen: ‘je moet niet denken…’, net als de slechtere leraren tegen hun leerlingen zeggen. Heb ik altijd een hékel aan gehad: zelfs een domme gedachte is beter dan geen gedachte. En zo dom is die van mij niet.

Muur: ik kom bij je terug!

Ik krijg een Afro!

In het kader van ‘als je haar maar goed zit’ – in langvergeten tijden een soort van kaskraker – besteedde ik de weinige centen die ik had aan kapperskrullen. Elke drie maanden stortte ik me vol overgave in de kappersstoel van Hobbe de Vries. Ik heb het hem nooit gevraagd, maar hij moet van Friese origine zijn geweest. Of zijn ouders leden ten tijde van zijn geboorte aan een zware verstandsverbijstering. Voor 70 gulden – het is lang geleden dat ik jong was – ging ik gekapt en gekruld het puberleven weer in.

Mijn haar moet op een gegeven moment gedacht hebben: ‘dat kan anders!”

Want sinds 16 jaar heb ik een bos krullen zonder tussenkomst van Hobbe. En da’s maar goed ook, want Hobbe heeft de schaar aan de wilgen gehangen. Mensen die mij niet dagelijks tegenkomen, vragen telkens weer of ik wel zeker weet dat die krullen van mezelf zijn; zij kennen me tenslotte alleen in steile uitgave. Maar écht: ze zijn puur natuur. En ik ben er heeeel blij mee: voor mij geen steiltangen en ander moderne methodes om het haar mijn wil op te leggen. Alhoewel: hoe langer mijn haar wordt, hoe breedsprakiger de krullen. Ze groeien werkelijk tegen de klippen op. Op dagen dat alle omstandigheden haartechnisch gezien optimaal zijn (denk aan windrichting, luchtvochtigheid, wassingsfrequentie en dergelijke) heb ik een halo van krullen.

En soms bid ik dan om een beetje zwaartekracht, zodat mijn Afro een neerwaartse richting kiest en ik wat minder gelijkenis vertoont met de wederopstanding van de jeugdige, maar al wel door de bleekmakende vitiligo gekwelde, Michael Jackson….

Vakantietijd, vakantiestrijd

Tijd: 49 weken geleden.

Locatie: een Franse parkeerplaats

Met 2 stemmen voor en vier tegen besloten we 49 weken geleden dat onze vakantie was afgelopen. In 6 dagen tijd waren we naar de Ardeche gereden en na 5 schamele nachten al weer halverwege huis en haard. Moeder en jongste dochter wilden ter hoogte van Halverwege – op een overvolle, maar desondanks desolate Franse parkeerplaats – nog een paar dagen verlenging afdwingen, de andere vier stemden tegen: zij roken de stal. Dat zou me dus nooit meer gebeuren. Wie alleen maar heen en weer wil rijden, mocht dat voortaan zonder mij doen! 49 weken volhardde ik in mijn beslissing: nooit meer!

Maar nu druppelen er allerhande aanbiedingen mijn mailbox in. Tegen afbraakprijzen mag je een week, of zelfs 10 dagen, een stacaravan in het Franse land bemensen.  En ik dreig overstag te gaan. Erger: ik heb mijn grensoverschrijdende oprispingen al gedeeld met het voltallig gezin. Oudste zoon Bart (15) houdt de poot stijf: hij wilde al nooit en hij gaat ook nooit willen. Alleen met lijfstraffen krijgen we hem die auto in. Oudste dochter Maartje (14) wil wel. Maar kan niet: want dan mist ze ‘haar beertjes’ zo. Die beertjes zijn twee kalveren van honden die ze met gemak 50 weken per jaar kan aanschouwen en waar ze zich dan zeker niet het vuur voor uit de sloffen loopt. Dochter Floor (13) stond op de Franse parkeerplaats aan mijn kant en daar is ze ook gebleven: zij heeft wel oren naar een tripje. Hekkensluiter Tom (11) twijfelt wat heen en weer: bij volledige bezetting zegt hij ‘ja’. Met alleen zus Floor wordt het ‘nee’. De pater familias, vorig jaar instigator van de verfoeide stemmingsactie, is 180 graden gedraaid: hij rijdt met liefde naar de Middellandse Zee.

Ik voer, voor de zekerheid vanaf nu in stilte, een strijd tussen hoofd en hart. Het hoofd weet wel beter dan zich die ellende – die toch weer eindigt in een sof – weer op de hals te halen. Maar het hart schreeuwt om terugkeer naar haar land. Niet dat er ook maar één Frans gen in mijn systeem zit, maar zo voelt het wél. En wat een vrouw voelt, kan wel eens leidend (lijdend?) worden….

Bon Bini Aruba

Met het klimmen der jaren valt de winter me steeds zwaarder. Beetje truttig, maar zo is het nu eenmaal. Hoe maken we deze enorme last op mijn schouders een weinig minder zwaar? Met een zonvakantie! Maar ik hou niet van vakanties: ik ben tamelijk onthand als de tijd zich ineens in zeeën voor me uitstrekt. Waar vult men die mee? Thuis kan ik genoeg bedenken: muurtjes verven, wasjes draaien, de uitverkoop eer aan doen. Maar in den vreemde?! Ik weet het gewoon niet.

Een zonvakantie is dus geen oplossing voor mijn winters leed. Dus ga ik iedere winter thee drinken bij mijn zusje. Een week lang. Laat die meid nou al een kleine 20 jaar op Aruba vertoeven! Heb ik én zon en leut (dan wel neut).

Ik zie graag vooruit en moet dus actief regeren: boeken die reis. Al laat de zon laat zich hier nog maar net van z’n zomerse kant zien, ik ga aan de slag met crisismanagement voor de winter die ongetwijfeld weer zal volgen.

Helaas zit de planning van twee Arubareizende grijze duiven me in de weg: mams en haar zus vertoeven ieder jaar (ook al) een maand op dat heerlijke eiland. Ze vliegen medio februari weg voor de overwintering en komen halverwege maart pas terug. Dat schikt mij deze keer niet zo: ik wil namelijk m’n twee jongens meenemen in de carnavalsvakantie en dan wordt het wel erg crowded in huize Zus. Schoorvoetend en ietwat bangig heb ik even gepolst of de duifjes willen schuiven en het verlossende woord kwam zojuist, heel eigentijds via SMS: ‘Nou ja, alsof wij de baas zijn op Aruba!’

Dat zijn ze inderdaad niet, maar ik was er niet zeker van of zij zich dat realiseerden. Enfin, de weg is vrij: Angela, we komen eraan!

Maar weer het weer….

Bekijk de afbeelding op ware grootteHet weer is in Nederland een communicatiedingetje. Ontelbare kennismakingen gaan gepaard met gekrakeel over wat onze luchten produceren. Die aanpak is misschien niet bijster creatief, maar zo’n gezamenlijke code is toch wel erg praktisch. Handige tip: verbind aan uw weersbeschouwingen een compliment over de kleding van uw gesprekspartner. “Wat goed dat je zulke zonnige kleding kiest, ondanks die sombere regenbuien”of “Dapper hoor, die waaghalzerij op torenhoge hakken, terwijl de ijzel ons nog om de oren slaat!” Succes verzekerd!

Er zijn ook mensen – die ik uit privacy overwegingen niet bij name wil noemen – die, nog liggend in bed, de dag beginnen met een hoopvolle check van de voorspellingen: zou de zon er nu eindelijk eens aan zitten te komen?! De informatie die via hun iPhone (hulde aan dat apparaat!) tot hen komt, maakt of breekt hun dag. Somberheid of zonnigheid voor de komende 16 wakende uren, al naar gelang de berichten van het mobiele netwerk. 

Mijn mobiel vertelde vanmorgen – en inderdaad: nog in de sponde – dat kou en wolken een terugtrekkende beweging hebben ingezet. Dat de zon en warmte vanaf woensdag in ons leven terugkeren. En nader onderzoek bij mijn vrienden van het KNMI lijkt zelfs aanwijzingen op te leveren voor een voorzichtige hittegolf vanaf het weekend.

Mijn hartje springt, mijn mondje zingt: de zomer komt eraan!

« Ouder   
Je bent hier Home