Ik hoor hun smeekbedes nog echoën in m’n hoofd. Onze Teun was na een kort maar heftig leven ingeslapen onder ons tuinhuisje. We vonden onze eenkennige rode kater bevallig als een sfinx, maar zo stijf als een plank, en huilden. Een beetje om Teun, maar vooral omdat dochter Floor zo intens verdrietig was.

Haar rouwverwerking verliep uitermate snel: een dag later dirigeerde ze ons naar een klein gehucht bij Elst. Daar troffen we vier babypoesjes die klaar waren om uit te vliegen. Kiezen bleek moeilijk, vandaar de smeekbedes. Moeders standvastigheid wankelde al snel (waar vier kinderen, twee honden en één kat leven, kan er nog wel eentje bij) en vader bracht op veilige afstand telefonisch uitkomst: breng er maar twee mee naar huis. Dus kozen we naast de zwarte Joep – die zo goed zou passen bij de zwarte honden – ook een rooie, geheel in lijn met de zojuist overledene. We noemden hem Kees. Pas later kwam daar de toevoeging ‘kak’ bij, omdat hij de ochtendjas van onze jongste zoon volledig volscheet. Kees Kak. Allitereert ook lekker.

Smeekbedes dus. Maar nu Kees al drie dagen z’n gezicht niet heeft laten zien, is er geen haan die ernaar kraait. Pas gisteren vroeg oudste dochter Maartje waar Kees was. Ja. Zoek dus. De andere drie hebben nog steeds niets in de gaten. Terwijl ik handenwringend door het huis loop, een stiekem traantje heb geplengd en elke ochtend hoopvol naar beneden kom, leeft iedereen gewoon door.

En god mag weten hoe het Keessie vergaat. Misschien bungelt hij aan z’n bebelde halsbandje in een boom. Jammerlijk geworgd tijdens een poging om een vogel te bemachtigen. Of hij is te ver van huis geraakt en aangereden door een auto. Of hij dwaalt rond en kan de weg terug niet meer vinden, hij is tenslotte nog maar negen maanden. Maar misschien, heel misschien, heeft hij in een hormonale opwelling besloten een paar dagen rond te zwerven. Op zoek naar vrouwelijk schoon. Dat doen katers.

Als hij nou alsjeblieft maar thuiskomt, dan trakteer ik ‘m op ontballing: wég met die hormonenbommen! Lekker dik en vadsig worden in de schoot van de familie. Kees: kom thuis!