Tom, Ben, Bart, Maartje, Ingeborg, Floor (dec. 2009)Mijn lief en ik zijn nogal tevreden over onze liefdesprestaties. Gewoon doorlezen, er komt geen ranzige sexverhandeling.

Bijna 20  jaar geleden viel ik als een blok voor hem. Het linkse meisje en de rechtse rakker, een verrassende combinatie. Maar ik had het goed gezien, want al ben ik inmiddels een behoorlijk aantal kilo’s kwijt en val ik dus wat zachter: hij is het nog steeds. Helemaal! Maar als ik twee licht-bejaarde familieleden moet geloven, moet ik me zeker nog niet rijk rekenen. De ellende ligt op de loer, de klad gáát erin komen.

Nou ben ik sowieso geen voorstander van halflege glazen – mijn theekopje is bij voorkeur halfvol – maar waar moet die crisis überhaupt vandaan komen? Wij overleefden ‘het jonge gezin’ en dat was geen sinecure. Als ik de afgetobte gezichten van vriendinnen zie die na ons in de valkuil van de voortplanting trapten, komen er talloze bad memories terug. Natuurlijk zijn baby’tjes ongelooflijk lief en peutertjes ontzettend grappig en kleuters hartveroverend schattig. Maar wat word je MOE van ze! Het gáát maar door: de ene luier na de andere wordt volgepoept, de pleisters zijn niet aan te slepen, heb je net de laatste nachtvoeding erin, wordt je oudste wakker. Denk je voor iedereen een passende garderobe te hebben, schieten ze in een groeispurt: wéér de stad in. De auto en chauffeur draaien overuren om iedereen naar voetbal, paardrijden en skateboardles te rijden. Uren en uren bij de eerste hulp: eikel in het oog (hoe krijg je het voor elkaar?!), migraineaanvallen, ontstoken liesklieren, opengescheurde balzak na skateboardongelukje, gebroken been…

Maar we zijn overeind gebleven, mijn lief en ik. De vermoeidheid is nooit gebotvierd op ‘die ander’. De liefde is gebleven. Onze vier pubers draaien licht gegeneerd hun hoofd af als pa en moe wat te klef doen. Ik hoor ‘tut, tut’ als we melancholisch vertellen over onze eerste gezamenlijke aankoop (een schemerlampje dat ‘echt niet meer kan’). Ze vragen of ik papa onder druk heb gezet om ‘links’ te worden of dat hij uit eigener beweging z’n ruitjtesbroek aan de wilgen heeft gehangen (dat laatste). Maar ze zien ook dat we een team zijn, hun vader en ik én wij met z’n zessen. Wij hebben het leuk samen. En zij hebben het leuk samen: ze staan elkaar niet naar het leven, maar gaan samen op stap, hebben begrip voor elkaars eigenaardigheden, delen de enorme hoeveelheden snoep die ze naar binnen slepen, kletsen en lachen met elkaar.

En met zo’n fundament moet ik dan preventief maar vast rekening houden met barsten in de muren van ons fort? Omdat twee familieleden een minder fortuinlijke partnerkeuze en familieband beschoren was? Dat gaan we dus niet doen! Ik tel mijn zegeningen, dat wel: ik weet dat het heel anders had kunnen zijn. Maar bang zijn voor – ja, bijna rekenen op – toekomstige scheuren? Dacht het niet …